Tot in de hemel – Richard Powers recensie

Een man vlucht voor de aardverschuiving die op zijn hut af komt. Door de regen van de afgelopen dagen is de bodem op de berghelling gaan schuiven. Niet langer vastgehouden door de wortels van de bomen en planten die hier voorheen stonden kan alles wat zich nog op de helling bevindt ongehinderd naar beneden glijden, daarbij als een lawine van modder alles wat het tegenkomt met zich meesleurend de diepte in. Inclusief de woning van de man. Het lukt hem zijn buren een stuk verderop te waarschuwen dat ze zich uit de voeten moeten maken. Het groepje mensen vindt net op tijd beschutting onder een laatste overgebleven troepje bomen dat er nog staat. De bomen hebben allemaal een blauw kruis. Ze worden volgend jaar gekapt.

Tot in de hemel Richard Powers
Tot in de hemel Richard Powers

Een vrouw ziet kilometerslange treinwagons volgeladen met boomstammen en het besef dringt door dat hiervoor hele bossen gekapt worden. 

Weer een ander personage plant 50.000 bomen voor een bedrijf met het idee iets goeds te doen. Dan krijgt hij te horen dat deze bomen als excuus dienen om oerbossen te mogen kappen. Hij heeft een monocultuur van slappe snelgroeiende bomen geplant en hiermee mogelijk gemaakt dat duizenden hectares natuurlijk bos voorgoed verloren zijn gegaan.

De beste literatuur verandert je blik op de wereld, laat je kijken vanuit andere gezichtspunten, verruimt je blik, vergroot je wereld, je kennis en bewustzijn. Het sterkt je vermogen tot empathie, niet alleen voor andere mensen maar veel ruimer, voor alle levende organismen. Het zet je aan het nadenken en roept emoties op. Kortom het laat je niet onberoerd. Dit boek doet dat allemaal. 

Al voor ik op de helft van het boek was wilde ik erop uit, mijn kamp opslaan in het bos, de bomen redden. De laatste exemplaren beschermen tegen de domme vernielzucht van de mens. Het beest dat zich als een rupsje-nooit-genoeg door de wereld vreet. Ik wilde de vogels, de kruiden, de nog onontdekte planten, de insecten, de bijen en alle andere bosbewoners voor uitsterving behoeden. Ik wilde in een boom klimmen om de houthakkers met mijn leven en lichaam tegen te houden. 
En ik wilde schrijven. Zo te schrijven dat je mensen kan ontroeren, kan doen opspringen om in actie te komen, om belangrijke kennis en inzichten te delen. Om zaadjes in hoofden te planten en te laten ontkiemen. Om ze bewust te maken, wakker te schudden, na te laten denken en te dromen. Zo te schrijven als Richard Powers doet. 

In Tot in de hemel spelen negen menselijke personages een rol maar de hoofdrol is weggelegd voor alle bomen, alle bossen. Dit boek zou je een dystopie kunnen noemen als het geen realiteit zou zijn, als het niet in het nu zou spelen. De laatste oerbossen verdwijnen in rap tempo om plaats te maken voor kaalslag en monocultuur. Duizenden jaren oude bomen worden gekapt om als hout verkocht te worden. En dit speelt niet alleen in het Amazonegebied en andere bekende, tropische, oerwouden maar ook in Noord-Amerika. In Europa hebben wij dit klusje al grotendeels geklaard. 
Bomen zijn, in dit boek maar vooral ook in real life, geen sfeerelementen voor onze romantische wandelingen, geen toevallige obstakels op onze weg naar de vooruitgang. Het zijn personages. Intrinsiek belangrijke wezens. Al veel langer op aarde dan die nietige aan zelfoverschatting lijdende homo sapiens.

Tot in de hemel deed me denken aan Wolkenatlas van David Mitchell vanwege de opzet en aan Schorshuiden van Annie Proulx vanwege het onderwerp. Beide boeken hebben ook de dikte gemeen, wat in alle drie de gevallen geen enkel bezwaar is. 

Jan Donkers schrijft in de NRC van 16 augustus 2018 dat “lezers zullen fronsen bij passages waarin wordt geconcludeerd dat bomen voor elkaar zorgen, zich dingen herinneren, leren, hun nageslacht voeden en waarschuwen voor gevaar. Voor dit alles is hersenactiviteit nodig, en je kunt bomen veel eigenschappen toeschrijven, maar het gebruik van hersens?” Donkers is er duidelijk niet van overtuigd dat deze dingen mogelijk zijn, Hij maakt zich hier aan het hetzelfde euvel schuldig als de wetenschappers in dit boek die een van de personages belachelijk maken omdat zij deze dingen zegt: het denken dat er maar een manier is voor dingen namelijk de mensenmanier. In dit geval dat er hersenen, zoals wij die kennen, nodig zijn. Er komt steeds meer bewijs dat elementen in een bos wel degelijk samenwerken. Dat schimmels in symbiose leven met wortels van planten, dat planten technieken kennen om met elkaar te communiceren. Begrippen als het wood wide web beginnen langzaam maar zeker bekender te worden. Vraag het mensen als Marleen Stikker, Peter Wohlleben. Lees het kijkmagazine, The New Yorker of kijk naar de BBC.

De auteur maakt duidelijk aan welke kant hij staat, voor wie hij sympathie heeft. In dat opzicht is dit misschien geen evenwichtig boek. Doet dat ertoe? Nee. Het is geen wetenschappelijk afgewogen oordeel, het is een roman. Eentje die iets duidelijk kan maken en die boodschap kan niet hard genoeg geroepen worden. We moeten stoppen met het achteloos vernietigen van onze leefomgeving. Niet alleen voor onszelf maar ook voor al die andere aardbewoners die net zo goed recht hebben hier te leven. En die wij nodig hebben terwijl zij ons waarschijnlijk kunnen missen als kiespijn.

Een gedachte over “Tot in de hemel – Richard Powers recensie”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.